REIZEN


Bron: Wikipedia
Fotograaf: Piotr

De vikingen waren nogal reislustige mensen, vergeleken met andere Europeanen. Ze kwamen in vrijwel heel Europa terecht. Van Groenland tot het Middellandse Zeegebied. Ook kwamen ze in TurkijŽ, Rusland en misschien hebben een aantal zelfs voor de grens van China gestaan, wanneer ze zich aansloten bij karavanen, (of misschien organiseerden ze die wel) op de Zijderoute. Zelfs op het Amerikaanse continent zijn sporen van de vikingen teruggevonden.

Maar waarom zouden ze zich zover van hun thuisland wagen? ScandinavÔe beschikt over een langerekte kustlijn en het vasteland is bezaait met meren en rivieren, dus boten waren erg belangrijk. Prehistorische mensen hebben zelfs afbeeldingen van boten in de rotsen gekerfd. Het zal wel begonnen zijn met simpele kano's, maar eeuw na eeuw werden de boten beter en uiteindelijk zeewaardig.


Eerst waagden ze zich buiten ScandinaviŽ om handel te drijven, later werden er ook rooftochten georganiseerd. De rovers gebruikten de wegen, die eerder door de handelaren zijn ontdekt. Maar waarom?

Het was de gewoonte bij de vikingen dat de oudste zoon alles erfde en wat moest je dan als Benjamin van de familie? Je kon misschien bij je broer blijven wonen, maar bijna ieder mens wil een eigen stek en een eigen gezin stichten. Als je een vakman was, kon je je misschien vestigen in een van de handelsteden. Was je een boerenzoon zonder speciale vaardigheden dan kun je een nieuw stuk onbewoond grond in bezit nemen.

De Vanylvsfjord in Noorwegen.
Fotograaf: Agrajag Bron: Wikipedia

Maar de bevolking groeide en elk stukje vruchtbare grond was al bezet. Daarbij lag ScandinaviŽ vroeger lager dan nu en was het klimaat warmer en de zeespiegel misschien hoger, waardoor er minder land beschikbaar was.

Je kon je ook aansluiten bij een scheepsexpeditie. De gelukkige eigenaar van een schip had bemanningsleden nodig en organiseerde regelmatig een reis. Soms om handel te drijven of nieuw land te ontdekken, waar je je meteen kon vestigen en een stukje land kon claimen, of simpelweg om te plunderen. Een deel van de roofbuit kwam jouw toe en daarmee kon je misschien een stuk grond kopen.

De bevolking van de gebieden die nu Zweden, Noorwegen en Denemarken heten, had elk een favoriete gebied om naar toe te gaan. De Denen waren vaak te vinden in Duitsland, Frankrijk en Engeland. De Noren maakten liever Ierland, Schotland en de Orkney en Shetlandeilanden onveilig en de Zweden trokken Rusland in. De Russen zouden hun naam trouwens aan de Zweden te danken hebben, want de Zweden werden met Russen aangeduid.

Een kaart van de handels- en rooftochten van de vikingen. Bron: Wikipedia

SkiŽnde vikinggodin Skade op jacht.
Bron: Foster, Mary H. 1901. Asgard Stories: Tales from Norse Mythology. Silver, Burdett and Company.
Natuurlijk was het ook wel eens noodzakelijk om dichter bij huis te reizen, bijvoorbeeld naar de stad om handel te drijven, familie en vrienden te bezoeken of de jaarlijkse vergadering bij te wonen.

De vikingen beschikten over een uitgebreid wegennet. Hierbij moet je niet denken aan de stenen wegen zoals de romeinen die hebben aangelegd, maar meer aan paden en sporen. Ook bouwden ze talrijke bruggen over de talrijke waterstromen, die door de plaatselijke bevolking onderhouden werden.

De simpelse manier was natuurlijk te voet, maar als je je het kon veroorloven kon je ook te paard. Paarden kon je ook voor een kar spannen. In de winter kon men de bak van de wielen halen en als slee gebruiken. Hierop werden goederen vervoerd.

In de winter had men nog een aantal vervoermiddelen tot hun beschikking. Schaatsen en ski's zijn in ScandinaviŽ uitgevonden.

Ging men toch te voet, dan konden ze beter sneeuwschoenen onder de voeten binden, om niet in de sneeuw weg te zakken.


Terug naar "De eerste steden"        Verder naar "schepen"