DE SCHEPEN

Een belangrijk symbool voor de vikingen waren de schepen waar ze mee vaarden. Als je die vergelijkt met de schepen van tegenwoordig is het toch wel bijzonder dat ze daar mee te zeeŽn durfden te bevaren. Toch waren het de beste boten, die je kon vinden in Europa. Zo hadden ze een kiel, die voor stabiliteit zorgden, lag het niet al te diep in het water waardoor ze ook op rivieren konden varen.

DRAKENSCHEPEN

Row, row, row, your boat, gentle down the stream
Bron Wikipedia
Tekenaar: A.Brun

De meest beruchte schepen waren de zogenaamde drakenschepen of drakkars, waarmee ze de kustplaatsten onveilig maakten. Het waren lange slanke oorlogsboten die twee vormen van voorstuwing kenden. Mens- en windkracht.

Met een stevige bries kon zo'n boot ongeveer 12 knopen gaan en met 20 a 30 roeiers tot 5 knopen. (Een knoop is 1852 meter per uur, ook wel een zeemijl genoemd.)


Ze hadden een grote zeil, die vaak rood gekleurd was om hun vijanden angst aan te jagen. De mast kon neergehaald worden. Handig als je niet wilde dat de kustbewoners je zagen aankomen, of tijdens een zware storm op zee, met de kans dat het zou breken. Een mast repareren tijdens een rooftocht was niet erg praktich.


Op een boot pasten 20 tot 30 roeiers, soms meer. Dat was afhankelijk hoe lang het schip was. Er zijn schepen van 50 meter lang gevonden, maar de meesten waren rond de 30 meter lang. Er waren echter geen roeibanken, maar elk bemanninglid nam een kist mee met persoonlijke spullen en op die kisten zaten ze dan.

De boten hadden vaak een versierde drakenkop aan de voorkant, waar ze hun naam aan te danken hadden. Deze werden waarschijnlijk in open zee eraf gehaald, want het zouzonde zijn dat zo'n meesterwerk op de bodem van de ze terecht zou komen en het zou nog ongeluk brengen ook.

Dit gold ook voor de schilden, die soms aan de buitekant aan touwen of rekken werden bevestigd. Bij kustplaatsen en zeegevechten werden ze buitenboord gehangen om de roeiers tegen pijlen en speren te beschermen.



Bron Wikipedia
Tekenaar: Johann Gehrts

Bron Wikipedia
Tekenaar: A.Brun

Waren ze midden op open zee, dat haalden ze ze liever binnenboord, want ze waren onmidbaar tijdens gevechten en ze zullen niet de risico willen lopen, dat ook dat in zee zou zinken.

De voor en achtersteven waren gelijk, zodat ze niet hoefden te keren als ze moesten vluchten.

De komst van zulke schepen bracht veel verdriet en leed met zich mee. Dorpen, steden en kloosters werden geplunderd, de bewoners vermoord en als ze het toch overleefden werden ze als slaven meegevoerd.


HANDELSSCHEPEN


Er was ook een soort schepen met een vrediger doel, zoals handel drijven, landen ontdekken of naar nieuwe gebieden verhuizen. Dit was de knarr of te wel een vrachtschip. Deze waren korter, maar breder om vracht te kunnen vervoeren. Ook deze waren zeewaardig. De schepen waar Erik de Rode en zijn zoon Leif Eriksson vaarden, waren vrachtschepen.


Bron Wikipedia
Fotograaf: Europabild

Ook zij hadden een enkele zeil aan een mast die niet neergehaald kon worden. En aangezien de vracht midden op het schip werd geplaatst waren er minder roeiers. Er was geen plaats om in de gehele lengte van de schip roeiers te plaatsen. Als er geroeid werd stond men aan de voor en/of de achterkant. Het dek was hoger dus men stond rechtop. Twee stappen naar voren was een slag met een roeispaan. Meestal werd deze methode alleen gebruikt als ze een sc hip in- of uitvoerden of als het echt helemaal windstil was.

AAN BOORD

Het leven op zo'n schip was iet altijd een pretje. De boten waren erg ondiep, dus er was geen onderdek, waar mensen een droge slaapplaats hadden. Alles werd gedaan in de open lucht. Misschien dat men voor de nacht aan land gingen, maar anders sliepen ze in leren, met schapenvacht gevoerde slaapzakken op het dek.

Als het erg slecht weer was werd de zeil misschien over ze heen gespannen. Misschien komt daar onze spreekwoord "Die ligt onder zeil" vandaan.

Op de vrachtschepen was er aan de voorkant en de achterkant planken bevestigd, waar mensen misschien onder hadden geslapen. Het was er waarschijnlijk vochtig en koud, maar het was altijd beter dan in de stromende regen te liggen tussen de dieren, die soms ook als vracht midden op het schip werden meegenomen.

Koken was ook niet altijd mogelijk. Een vuur maken op een houten schip, midden op zee was niet zo'n goed idee. Dus namen ze lang houdbare eten mee, die niet meer bereid hoefde te worden. Dit waren o.a. gedroogd of gezouten vis en vlees, noten, zure melk, bier, water e.d.

BEMANNING
Op een oorlogschip bestond de bemanning waarschijnlijk uit jonge ongehuwde mannen, die niets te verliezen hadden en zich bij een roofploeg aansloten. Het was een manier om rijkdom te verschaffen en daarna een eigen leven op te kunnen bouwen. Op een drakkar bestond de grootste deel van de bemanning uit roeiers, die dan meteen ook de rovers waren. Of misschien hadden ze wel een roeiteam en een roofteam of bleef een deel van de roeiers achter, zodat ze meteen weer de zee op konden vluchten.
"Leif Erikson op reis"
Bron Wikipedia
Schilder: Christian Krohg

Dan had je nog iemand nodig die de boot bestuurde, de stuurman en iemand die lette of er geen zandbanken of rotsen waren en een kapitein.

GESCHIEDENIS EN BOUW

Lang heeft men gedacht dat de drakenschepen nooit hebben bestaan. Dat de slachtoffers van de vikingen hun verhalen aandikten om ze erger te doen lijken, dan ze waren.

Dit veranderde toen in 1880 de Gokstadschip in Noorwegen werd opgegraven. Het lag in een grafheuvel op de Gokstadboerderij in Sandar. Het was weliswaar niet de legendarische drakenschip, maar door deze en andere schepen die later werden opgegraven te bestuderen, was er geen twijfel meer over de vakmanschap van de vikingscheepsbouwers.



Het bouwen van een boomstamkano
Bron Wikipedia
Fotograaf: Andreas Mensert

Net als met de meeste dingen was de vikingschip het resultaat van een serie nieuwe verbeteringen.

In de Stenen Tijdperk 7000 jaar geleden werden boten uit een boomstam gemaakt, met behulp van stenen werktuigen en vuur. Deze boomstamkano's leken in vorm al erg op de boten die later ontwikkeld zouden worden, maar ze waren nog erg onstabiel en moesten geroeid worden. De grootsten naderden de tien meter.

Deze kano's worden ongetwijfeld gebruikt tijdens de visserij en misschien ook om zich te verplaatsen tussen de vele eilandjes voor de Noorse kust. het schijnt dat ze toen al belangrijke mensen in boten begroeven.

Metaal

Toen de ScandinaviŽrs na het Stenen Tijdperk de beschikking over metaal, veranderden ze ook hun manier van boten bouwen. Met metalen werktuigen vormden ze planken, die overnaads werden gelegd en met ijzeren nagels werden vastgetimmerd.

Door de overnaadse ontwerp kon men ook tapstoelopende voor en achterstevens maken zodat die een gelijke punt vormden. Om eventuele gaten te dichten werd in teer gedrenkte wol tussen de kieren gestopt. Het overnaadse ontwerp wordt nog steeds gebruikt.

Overnaadse planken en de kiel worden nog steeds gebruikt
Bron Wikipedia
Fotograaf: Werner Willmann

Deze al zeevaardige boten leken al erg op de vikingboten en boot plaats voor 20 roeiers. Hiermee konden de Scandinaviers al de kustlijn van Denemarken en Noorwegen verkennen.

Kiel

Een of twee eeuwen voor het vikingtijdperk begonnen ze met het gebruik van een kiel. Dit was een houten rand, die langs de gehele lengte onder de schip door liep. Hiermee kregen de schepen een grotere stabiliteit en konden ze rechter varen en gaf de boot ook de solide bouw die het nodig had om er een mast op te plaatsen. De kiel wordt nu nog steeds gebruikt.

De zeil

Voorbeeld van een kruisarceringspatroon in een zeil Bron Wikipedia
Fotograaf: Noblemanx

Op moderne afbeeldingen zie je vaak vikingschepen met rood-wit gestreepte zeilen, maar op de oudere zie je een kruisarceringspatroon. Misscien dat de zeilen eerst in kleinere vierkanten of ruiten werden geweefd en dan als een lappendeken aan elkaar werd genaaid en vervolgens verstevigd met leer of touwwerk om de stof in vorm te houden. Dit leer of touwwerk kon geverfd zijn. De

De zeil was vaak duurder dan de schip zelf. Textiel was een kostbaar goed en erg arbeidsintensief om te maken. Het linnen of wol moest eerst worden, dan geweefd en dan nog aan elkaar genaaid en dit allemaal met de hand. Waarschijnlijk werd dit door vrouwen gedaan.


NAVIGATIE

Landskenmerken en de natuur.

Hoe vonden ze de weg op zee zonder kompas of gsp? Vaak bleven ze in de buurt van kusten en keken dan naar de landskenmerken om te bepalen waren om te bepalen. Dit konden bergen, fjorden of andere bijzondere kenmerken. Als je van die ene berg met de schapenkopvorm naar het westen blijft varen, kom je vanzelf in die en die land.

Ze wisten ook welke dieren en planten in welke gebied leefden en de heersende windrichtingen. Ze zouden zelfs zeebodemmonsters hebben genomen om aan de kleur te zien waar ze zaten.

Zon en sterren

De zon komt op in het oosten, gaat via de zuidelijke lucht en gaat dan weer onder in het westen. Zou kun je je grofweg orrienteren waar het oosten, westen, zuiden en noorden zijn. Ze gebruikten waarschijnlijk een zonnekompas, een soort van zonnewijzer om het precieser te berekenen en s'nachts orrienteerden ze zich op de poolster.

Als er het bewolkt was of mist, schijnen ze ook een 'zonnesteen' te hebben gebruikt. Hiermee konden ze bepalen waar de zon zich bevond. Zo'n steen is echter nooit gevonden, dus het is niet duidelijk of ze echt hebben bestaan, maar een goede kanditaat is IJslands spaat, een calciet-soort, die een dubbele lichtbreking heeft.

Postzegel van de FaerŲer-eilanden met zonnekompas
Bron Wikipedia

Raven en ander gevogelte.

Ze gingen zelden ver van de kust, meestal waren ze dan uit koers geblazen door de wind. Bij dit soort gebeurtenissen zijn ook nieuwe landen ontdekt. Soms namen ze ook vogels mee, zoals raven en zeevogels . Die lieten ze dan vrij en volgden hun om land te vinden. Kwamen de vogels terug, dan was het land nog te ver.

Kompassen en klokken.

Aan het einde van de Vikingtijd kregen ze de beschikking over een magnetische kompas, een uitvinding van de chinezen en meegenomen door handelaars. Pas na de vikingtijdperk werden de meeste navigatieproblemen opgelost met de uitvinding van de klok. Door het meten van de tijd en snelheid in combinatie met oriŽnteren op zon en sterren konden ze veel nauwkeuriger navigeren.

SPOREN UIT DE VIKINGZEEVAART

Terwijl sommigen vikingen zich op de Britse eilanden vestigden, met inheemse vrouwen trouwden en hun gebruiken overnamen, namen ze ook hun kennis van het schepenbouwen mee. Sommige vaktermen voor zeerotten is van oorsprong Scandinavisch. Zo hadden ze een soort roeispaanachtige roer, die zij 'styri' noemden. (Styri = Stuur?) en was aan de rechterzijde van het schip bevestigd. Dit werd bij hun "stjornbordi" genoemd of te wel "stuurboord".


Terug naar "Reizen"        Verder naar "Oostwaarts"