STEL JE VOOR ...

Je woont in een vissersdorp bij de zee. Je hebt al de hele nacht niet kunnen slapen en je ziet door de kieren van de deur, dat de ochtendschemering al invalt. Je beseft dat je toch niet meer zult kunnen slapen en je besluit op te staan en een stuk over het strand te gaan wandelen. Snel spat je wat koud water uit de regenton over je gezicht en schiet in je kleren. Je slaat je deken, die tevens dienst doet als mantel om je schouders en gaat naar buiten.

Het is mistig, maar dat geeft niet. Je kent het gebied op je duimpje. Je loop over het strand en houdt even stil op een heuvel. Je ziet je dorp nog liggen. Je hebt het niet rijk, maar meestal is er genoeg te eten en voldoende kleren om je warm te houden, maar meer ook niet. Je eigen kleren zijn ooit geverfd met planten, maar de kleur is er grotendeels eruit, waardoor het een grauw geheel is geworden.

Ook zie je de omtrekken van de klooster in de mist. De klooster is erg belangrijk voor het dorp. De broeders verzorgen de zieken en geven onderwijs, tenminste als je er voor kon betalen. Voor jouw is dat niet weggelegd en ze belangrijk was het ook weer niet. Het nadeel van het klooster is echter wel, dat je ouders steeds een deel van wat zij vangen of produceren aan het klooster moeten geven, maar zo is het nu eenmaal.

Je keert de klooster de rug toe en staart over de zee, plotseling zie je een schaduw opdoemen. Een boot? Iedereen ligt toch nog te slapen. Je blijft even kijken en merkt dat de boot met onmenselijke hoge snelheid op het dorp af komt gevaren. Dan zie je duidelijk de bontgekleurde gestreepte zeil en een drakenkop. Is het wel een boot? En dat gebrul.

Plotseling herinner je de verhalen over mannen uit het noorden, die als gekken tekeer gaan en dorpen en kloosters vernielen. Je moet iedereen waarschuwen. Snel ren je terug naar je dorp en schreeuwt: "De Noormannen komen! De Noormannen komen!"

Je ouders en broers en zussen komen ook buiten en je vader beveelt iedereen om zich te verstoppen. Je verlaat het dorp en verstopt je achter een grote steen, van hieruit kan je alles goed zien. Veel dorpelingen verstoppen zich, sommigen besluiten echter de strijd aan te gaan en tot je schrik zie je dat de boot al bijna het strand heeft bereikt. Je ziet felgekleurde schijven aan de randen van de boot. De boot strandt en bemanning grijpen de schijven. Het zijn schilden! Joelend rennen ze het strand op en rennen het dorp in. De overgebleven dorpelingen staan klaar, met alles wat als wapen kon dienen, maar die worden zonder slag of stoot gedood.

Alles van waarde wordt uit de huizen gehaald en platgebrand. Ze stormen ook naar de klooster. Hoe durven ze? Denk je. Dat is het huis van God! Niet veel later worden kostbare boeken en relieken mee naar buiten gedragen. Een aantal monniken die de slachtpartij hebben overleefd, worden gebonden meegevoerd. Alles word in hun schip geladen, ze duwen het de zee op, klimmen erin en verdwijnen net zo snel als ze gekomen zijn.

Je komt uit je schuilplaats en gaat op zoek naar je familie. Tot je opluchting heeft iedereen het overleefd, maar de buren hebben minder geluk. Jullie gaan terug naar het dorp, maar er is niets meer over. De lichamen van de dappere mannen en vrouwen, die hun bezit hebben beschermd liggen her en der op de grond. De doden worden begraven. De nacht brengen jullie door in het nu lege stenen klooster, om spoedig zullen jullie je dorp weer hebben opgebouwd, maar wie waren die mannen uit het Noorden vraag je je af.



Verder naar "Wie waren ze?".