DE VIKINGEN

Vikingen waren mensen die tussen 800 en 1100 in de tegenwoordige Noorwegen, Zweden en Denemarken woonden. De meesten van hun waren boeren, maar konden ook goed met de zwaard overweg. De bruikbare landbouwgronden waren beperkt en op een gegeven moment was alles in gebruik. Daarom zochten een aantal hun heil met zeereizen, om nieuwe landen te ontdekken, handel te drijven of om te roven.

Het vikinggebied bestond uit verschillende stammen, families en kleine rijken. Een hoofdman of koning probeerden wel eens hun grondgebied uit te breiden te koste van naburige rijken.

Vikingweekend in het Archeon

De vikingen waren dus niet verenigd in een groot vikingland, maar wel verbonden door taal; het Oud-Noors en cultuur. Ze waren een reislustig volk, die helemaal tot in Bagdad en Istanbul kwamen, maar ook in Noord-Amerika belanden.

Terug naar "Wie waren ze?"        Verder naar "Vendeltijd"