WERELDBEELD

De vikingen geloofden dat onze wereld en de andere werelden zich in de kruin van een reusachtige boom bevonden. Deze boom heette Yggdrasil. (Schrikpaard). Volgens sommigen mensen was het een es en anderen denken dat het een taxus is.

In de top van de boom zat een reuzenadelaar met de naam Hraesvelg. Eigenlijk was het een reus in vogelgedaante. Wanneer hij met zijn vleugels klapte, waaide of stormde het bij ons. Hij was echter niet de hoogst levende wezen. Die eer ging naar Vedrfölnir; een klein vogeltje die op zijn kop woonde.

De adelaar had een bloedheken aan de draak Nidhogg, die bij een van de drie wortels van de wereldboom leefde en ze maakte elkaar constant uit voor alles wat niet mooi is. Maar de afstand tussen de kruin en de wortels van een wereldboom is toch wel groot. Hoe konden ze elkaar horen?

De eekhoorn ratatosk klom geheel vrijwillig de stam op en af om de verwensingen aan de twee dieren door te geven.

MIDGAARD

Onze wereld lag ook ergens in de takken van de boom en werd Midgaard genoemd. Misschien nog het beste te vertalen met Midden Aarde, zoals in de boeken van Tolkien. Om Midgaard lag een grote zee met daarin een slang die zo groot was, dat hij heel Midgaard omringde. Hij heeft zich vastgebeten in zijn staart. Dit was de Midgaardslang. Om de zee lang een ring van hoge bergen. Die Midgaard moesten beschermen tegen ongezellige wezens van het land daarachter.



Van de IJslandse manuscript AM 738 4to

DWERGEN EN REUZENWERELD

Dit land werd Utgaard genoemd. Kun je Midgaard vertalen met Midden Aarde, dan is Utgaard waarschijnlijk te vertalen als Buiten-Aarde. Dit was het land van de reuzen, dwergen, kobolden en andere wezens die je liever niet in een donker bos tegenkomt.



"Ik ben de reus Skrymir" door Elmer Boyd Smith uit het boek "In the Days of Giants: A Book of Norse Tales"

Dit gebied was trouwens ook onderverdeeld in verschillende landen. De dwergen woonden bijvoorbeeld in een gebied dat Svartalheim werd genoemd. Deze plaats deelden ze ook met kobolden en gemene afstammelingen van de elven.

De dwergen waren smeden en veel magsiche voorwerpen van de goden zijn door hun gesmeed. Ze leken op gedrongen mensen met baarden en stug haar. Sommigen hadden dierenvoeten, die ze probeerden te verbergen achter hun smidschort. Veel van hun zijn net zo oud als de oergouden en bijna net zo machtig. Alvis kende bijvoorbeeld antwoord op alle vragen en Gandalf was een machtige Magiër.

In het land Jotunheim woonden de reuzen. Sommigen leken op gewone mensen, maar waren een kop groter, terwijl andere zo groot waren als bergen. Sommigen waren zo lelijk als de nacht met meerdere koppen en armen, maar er waren ook bloedmooie reuzinnen, die wel eens nachtelijke bezoek kregen van Odin. Bij een aantal van hun had hij ook kinderen.

Jotunheim zelf was weer ingedeeld in Nifelheim, waar ijsreuzen woonden en muspelheim waar de vuurreuzen woonde. Surt was een machtige reus, die op een dag de reuzen zal aanvoeren in de strijd tegen de goden, wanneer de einde der tijden aanbrak. Een andere machtige reus Utgardloki, bespiedde de goden graag en heeft niet zo'n interesse om tegen ze te vechten.

HET RIJK VAN HEL


Hel, de vrouw op de voorgrond was het kind van Loki
en de reuzin Angrboda, samen met de slang en de wolf.
Bron: Emil Droeper
Een groot verschil tussen goden en mensen was dat mensen uiteindelijk sterven. Na hun dood gingen ze naar de dodenrijk met de toepasselijke naam Hel. Of je goed of slecht was, je ging daar heen. Eerst moest je een trap afdalen, die bewaakt werd door een wolfshond, die weliswaar aan een ketting lag, maar waar je voor moest oppassen dat hij geen hap uit je nam.

Was je slecht geweest in je leven dan mocht je ook nog gaan waden in een rivier gevuld met zwaarden en messen, waardoor je een tweede dood stierf en op de nastranden terecht kwam; de lijkenstranden.

Daar waren kamers die gebouwd waren met muren van gevlochten levende slangen. De vikingen hadden wel fantasie.

Op de nastranden werd ook een groot oorlogschip gebouwd van de nagels van de doden. Wanneer de eind der tijden of Ragnarok aanbrak, zou Loki of een andere ongezellige persoon de boot besturen om tegen de goden in te zetten. Daarom knipten de vikingen de nagels van de overledenen, om te zorgen dat die boot niet eerder afkomt, dan nodig is.

Het was een koude en mistige oord en werd geleid door de godin Hel. Zij zou voor de helft er uit zien als een bloedmooie vrouw en aan de andere kant als een rottend lijk.

ASGAARD EN DE WAHALLA

De enige manier om niet naar deze plek te gaan na je dood, was door te sterven op het slagveld. Odin, de oppergad had de einde der tijden voorzien en wist dat de goden aangevallen zou worden.

Daarom had hij een leger nodig. Daarom stuurden hij de Walkuren naar het slagveld om de zielen van de dapperste krijgers op te halen.


Tekenaar: Emil Doepler

Hij bracht ze onder in een immense zaal, die de Wahalla werd genoemd. De poorten zouden zo breed zijn, dat honderd man breed uit naast elkaar konden lopen. De daken zouden zijn bedekt met gouden schilden en de muren met witte speerpunten.

Hier vochten ze elke dag en feesten ze iedere nacht en aten van het vlees van het varken Saerimnir, die iedere avond werd geslacht en elke ochtend weer tot leven kwam. En dronken van de melk van de geit Heidrun, die van de Wereldboomblaadjes knabbelden De bediendes Rist en Mist vingen de melk op en droegen het naar binnen.

Hij woonde natuurlijk niet alleen in Asgaard. Hij woonde in het grootste huis de Wahalla samen met zijn vrouw Frigg

Door Asgaard stroomde twee rivieren de Ormt en Kormt en aan de rand van dit gebied was Bifrost, de regenboogbrug die Asgaard met Midgaard verbond. Via deze brug konden de goden naar de mensenwereld afdalen.

De goden hadden ook een vergaderplaats, de Idavallen.

DE DRIE BRONNN

Nu weer terug naar onze wereldboom. Ygdrassil had drie grote wortels die elk in een bron staken. De draak Nidhogg woonde in zo'n bron. Daar knaagde hij aan deze wortel en wanneer hij hem doorgeknaagd had, zou de boom omvallen en ragnarok inluiden.

De tweede bron was de bron van Mimir. Dit was de bron van wijsheid en werd bewaakt door de oom van Odin, Mimir. Toen Odin van de bron wilde drinken om wijsheid te vergaren moest hij een oog opofferen, waarna hij helderziend werd. Tijdens een oorlog tussen de Asen en de Wanen was Mimir's hoofd afgehakt, maar Odin had het hoofd betoverd en in de bron gelegd, zodat hij hem kon raadplegen als hij daar behoefte aan had.


De Nornen waren er ook bij als er een baby geboren werd, daar bepaalden ze het lot van de nieuwgeborene.

Afbeelding: een houtsnede naar een tekening van Johannes Gehrts

De derde bron was de bron van Urda. Daar leefden Urd, Verdani en Skuld (Verleden, heden en toekomst), drie vrouwen van een oud godengeslacht. de disir. Zij verzorgden de wereldboom en sponnen de levensdraden van de mensen en knipten ze door, wanneer het tijd was voor de persoon om te sterven. Als het in de knoop raakte, betekende dit ook problemen in de mensenleven. Ze zouden zich ook in zwanen kunnen omtoveren en er leefden ook zwanen in deze bron.

Nu is het niet duidelijk of de verhalen over de goden echt datgene is wat de vikingen geloofden. De vikingen schreven bijna niets op en de verhalen zijn later neergeschreven na de Vikingtijdperk door de latere christelijke wereld.

De christenen hebben vaker oude gebruiken een christelijk jasje gegeven. En de drie Noorse schikgodinnen, hebben wel veel weg van de Griekse nornen. Of de mythe komt voort uit een gemeenschappelijke oorsprong of de verhalen zijn aangepast.



Terug naar"Godsdienst"       .