DE GODEN

De Vikingen baden een soort goden aan, die de Asen worden genoemd. Ze waren machtig en vaak meedogenloos, maar hadden veel menselijke trekjes. Daarom was het voor de Vikingen makkelijk om in hun goden te geloven en ze bijna te beschouwen als goede vrienden - de vaste reismetgezel, zoals ze zeiden.

De oppergod heette Odin. Hij koos welke overledene naar zijn zaal, de Walhalla mocht om daar alle dagen, tot het eind der tijden, feest te vieren. Dit was het paradijs voor de Vikingen.

De populairste god was Thor, die de macht had over het onweer. Zijn strijdhamer mjolnir werd als sieraad om de hals gehangen, zoals christenen met een kruis.

Odin ging vaak naar de aarde, vermomd in een lange mantel en brede hoedrand om zich anoniem onder de mensen te begeven.
Bron: Wikipedia
Schilder: Emil Doepler


Tekstbron: Ungafakte.se
Vertaald door: Livproductions

Verder naar "Wereldbeeld"